"Hoewel het boek allereerst geschreven is voor de sportcoach, ligt er de uitdaging in besloten, het te vertalen naar de manager. Vanuit een lange ervaring als HRM directeur is de inhoud snel te doorgronden en te plaatsen in modern leidinggeven. We verlaten dan de traditionele managementstijl waar bij hiërarchie, gehoorzaamheid, volgzaamheid en weinig eigen inbreng de sleutelwoorden waren. Het ‘presteren door te schreeuwen’ wordt omgezet naar ’presteren door begeleiden’ om het beste uit de ander te halen (in de vorm van een dialoog).
De pikorde wordt verlaten, de eigen creativiteit wordt bevorderd om eigen oplossingen te stimuleren binnen een werksfeer waarbij vertrouwen en wederzijds respect centraal staan. Het gaat uiteindelijk om het resultaat en het vertrouwen in de potentie van de niet leidinggevende.
Mij is opgevallen dat het een makkelijk leesbaar boek is met leuke afbeeldingen.
Er bestaan al meer dan 100 jaar sportcoaches. Kennelijk hebben sporters toen al ontdekt dat ze beter presteren MET een coach. Tijden veranderen, sporters veranderen, technieken veranderen en nu blijkt dat de stijl van coachen ook moet veranderen om betere resultaten te behalen. In de werkomgeving is amper 10 jaar eenzelfde ontwikkeling gaande. De coachende manager doet inmiddels gelukkig zijn intrede, maar mijns inziens nog veel te langzaam."
Boekbespreking in de rubriek “Leesbaar” van
‘Technisch Bulletin’ van het VBO (Vereniging Badminton Oefenmeesters)
Jaargang 30, nummer 1 (februari 2009)
Eerder werden in het Technisch Bulletin boeken besproken als ‘Coachen doe je samen’ van Marc Lammers en ‘Totaalcoachen’ van Peter Murphy en Jan Huijbers. Vanuit andere invalshoeken werden daar coachingsmethodieken besproken die de sporter naar grotere zelfstandigheid moeten leiden. Het gelijk van Marc Lammers werd in ultimo bewezen in de Olympische finale, toen de Chinezen niet meer wisten wat ze moesten doen omdat ze hun coach niet konden verstaan door de herrie van het publiek. Terwijl zijn meiden zich zelfstandig hadden voorbereid.
Coachen is gericht op bewustzijn en verantwoordelijkheid. Tussen coach en speler moet vertrouwen zijn, als dat vertrouwen wegvalt moet de relatie verbroken worden. Anderzijds mag het niet zo zijn dat de coach instructies geeft en de leerling die blind volgt. Doel moet zijn dat de leerling het beste uit zichzelf haalt, meer dan dat de trainer het beste uit zichzelf in de leerling legt.
Dat lijken voor de hand liggende statements, en misschien zijn ze dat ook wel, maar de praktijk bewijst dat dit minder makkelijk in de praktijk te brengen is. De coach moet zich bewust zijn van zijn eigen coachstijl, en in staat zijn deze stijl aan te passen aan de situatie.
Met de boeken van Lammers, Murphy/Huijbers en nu van
Wie zich wil bezinnen op zijn rol als coach kan in elk van de drie genoemde boeken naar hartelust grasduinen. Sportcoachen kan dan als beste als eerste bestudeerd worden, omdat hier het meest vergaand ingegaan wordt op de eigen rol als coach. Een bezinning die menigeen goed kan gebruiken, om verder te komen dan schreeuwen langs de lijn.
Boekbespreking in
Tennisjournaal nr 2, juni 2010
door Coert Verdoorn
Sporters zijn niet louter Prestatiemachines
De auteurs Erik van Rinsum en Peter Lind (PGA golfprofessional) werken al jaren intensief samen om coaching als managementstijl, aan sportbegeleiding en -managing te koppelen.
De opzet van dit boek is coaches duidelijk te maken dat coaching uitgaat van de gecoachte: de vraag van de speler aan de coach bepaald de inhoud van het partnerschap. Alleen dan kan een coach verbeteringen bewerkstelligen bij sporters.
Elke sporter is unieke drager van informatie, wat ontwikkeld moet worden en in die zin is een sporter niet louter een prestatiemachine. De coach moet in dat proces vertrouwen wekken en vooral niet ‘pappen en nathouden’. Een authentieke coach stelt meer vragen dan hij beantwoordt.
Het bewustwordingsproces moet bij de sporter worden gestimuleerd om ontwikkeling op gang te brengen en een coach moet vooral niet ‘zijn’ kennis spuien.
Dit boek is ongetwijfeld een eyeopener voor veel coaches. Het feit dat de auteurs refereren aan boeken als ‘the innergame of tennis’ van Timothy Gallwey en ‘totaalcoachen’ van Huijbers en Murphy is veelzeggend.
Willen we met zijn allen het sportcoachingsniveau in Nederland opkrikken zullen we meer moeten uitgaan van de sporter zelf.
Bovengenoemde boeken en ‘Sportcoachen: prestaties zonder schreeuwen’ leveren een belangrijke bijdrage in een verandering van ‘mindset’ bij de Nederlandse sportcoaches.
Zouden Louis van Gaal en Ton Boot trouwens dit boek al hebben gelezen?
Haarlems Dagblad Sporteditie zaterdag 14 februari 2009
(Door Govert Wisse)
Peter Lind en Erik van Rinsum: sporters meer verantwoordelijkheid laten nemen
EEN ANDERE MANIER VAN COACHEN
Haarlem – De schreeuwlelijk aan de zijlijn is het stereotype beeld van de sportcoach. Driftig gebarend, soms vloekend wijst hij zijn pupillen op hun plek en hun nummer. Maar ook relatief stille coaches willen zonder dat er schuim op de mond aan te pas komt nogal eens haantjes zijn. Johan Cruijff bij voorbeeld liet ooit weten dat er slechts één wet geldt. De zijne. Sport is een hiërarchische wereld, waar de sporter hoort op te kijken naar zijn trainer.
Peter Lind (Haarlem, 47) en Erik van Rinsum (Someren, 53) vinden dat het ook anders kan. Onlangs hebben zij hun visie verwoord in hun boek ‘Sportcoachen: prestaties zonder schreeuwen’. Hun filosofie komt er in ’t kort op neer, sporters het beste uit zichzelf te laten halen door het bewustzijn te vergroten en verantwoordelijkheid te nemen. De kracht van het vragenstellen, evenwaardigheid en zelfsturing zijn de sleutelbegrippen. De essentie: niet als coach het beste van jezelf in de leerling leggen maar de leerling het beste uit zichzelf laten halen.
Peter Lind is sinds 2003 golfleraar op achtereenvolgens de banen van Alkmaar, Houtrak en sinds vijftien maanden Spaarnwoude. Erik van Rinsum is managementtrainer. Lind: ,,Het unieke van het boek is in mijn ogen dat we uitgaan van de beleving van de sporter zelf. Het verschil met andere coachboeken is dat daarin de coach verteld hoe het moet en hij alleen weet hoe hij zijn leerling beter kan maken. Volgens onze manier moet je proberen de sporter bewust te maken van en verantwoording te nemen voor zijn leerproces. Wij gaan meer op een vragende manier om met sporters dan de meeste andere coaches. Wat wil de sporter bereiken? Het is de traditionele, klassieke methode tegenover onze manier.’’
Klassiek hoeft in de ogen van Lind niet te betekenen dat het gaat om oudere coaches. ,,Neem Marco van Basten. Als klopt wat over hem wordt geschreven, wil hij geen inspraak van zijn spelers. Hij bepaalt wat er gebeurt.’’
Lind schrok er zelfs van toen hij met zijn collega een kijkje nam op de Toekomst, het trainingscomplex van de Ajax-jeugd. ,,Bryan Roy was daar bezig met zijn spelers, terwijl zijn KNVB-mentor toekeek. Roy schreeuwde, maar zijn spelers luisterden niet. Het ging niet goed en dus ging hij verbaal tekeer. Volgens ons is het beter om op zo’n moment spelers bij elkaar te roepen en met elkaar opties te bespreken hoe je bij voorbeeld een aanval moet opbouwen. Als het dan niet gaat, dan houd je ze de spiegel voor.
Schreeuwen hoeft overigens niet á priori fout te zijn. Als een sporter vindt dat hij daar baat bij heeft, prima. Maar dan is het afspraak tussen coach en pupil. Anni Friesinger is daar een voorbeeld van. Zij vindt het prettig en meent dat ze dat nodig heeft om tot een topprestatie te komen. Dan is schreeuwen functioneel. Zij heeft er zelf om gevraagd.’’
Lind en Van Rinsum zijn gecharmeerd van een coach als Marc Lammers, die met de hockeyvrouwen goud behaalde in China. Hij kwam tot succes door de bal bij zijn speelsters te leggen. ,,Samen stippelden ze een weg uit. Het team van Lammers maakte een heel volwassen indruk.’’ Ook het schaatsteam APPM is volgens het duo hét voorbeeld van de wijze waarop coaches en sporters met elkaar om moeten gaan.
Ernst Happel, voormalig succescoach van onder meer Feyenoord, was een man van weinig woorden, die spelers afblufte door een flesje van de lat te schieten. Lind: ,,Het gaat er mijns inziens om wat voor functie dat heeft. Als dat opbouwend bedoeld is in het leerproces, is dat uitstekend. Je moet het als coach niet doen om te laten zien hoe goed je bent. Dan plaats je je boven de groep, terwijl het juist gaat om evenwaardigheid. Wij willen met dit boek laten zien dat er ook een andere manier is om succes te bereiken. De vraag is waar de sporter zich prettiger bij voelt.’’